Ergernissen

file0001329734681

Laats haalde ik mijn dochter op van school. Wij doen dit altijd op de fiets.

Mijn zoontje zit dan achterop bij mij en mijn dochter fietst zelf. Met nog geen zes jaar vind ik dit persoonlijk zelf altijd wel een momentje.

Zo fietsten we laatst weg van school. Er staan daar dan ook brigadiers en dit zijn geen vrolijke “hallo, goedemorgen” brigadiers. De brigadiers zijn op onze school namelijk chronisch tekort en heel eerlijk, ik moest er ook niet aan denken.

Er stonden twee moeders met hun kinderen te wachten om te worden overgestoken, maar die deden dat niet omdat ze aan het kletsen waren.

“Kom” ( de verkeerssituatie goed inschattend, vond ik dan zelf) zei ik tegen mijn dochter “dan gaan wij alvast”.

Maar maar, wat deed ik nu? Dit viel toch niet goed bij de brigadier-moeder.

Stond ze hier soms voor niks, waarom letten de mensen niet op?

En dit relaas ging uiteindelijk naar de gedachte “waarom sta ik hier überhaupt nog?”

Dit alles werd beaamd door een mede-moeder die nog aan de overkant stond, ook op fiets. Hoofdschuddend keek ze me aan.

En ik, ik zei niks.

Naar mijn weten deed ik niet heel veel fout. Je zou het gevoel krijgen dat je moet uitleggen als volwassen vrouw

“Ja mevrouw, weet u, de voetgangers gingen niet, er kwamen geen auto’s, ik dacht dat het wel kon, sorry, sorry mevrouw.”

En dat is best wel gek. Thuis vertrek je met goede zin. Je dochter heeft het naar haar zin gehad op school, wat wil je nog meer. Opgetogen fiets je naar huis en dan weet je toch met al die goede zin iemand anders ontzettend te irriteren.

Laatst fietste ik (misschien moet ik hier maar mee ophouden?) met mijn zoontje naar de winkel. Hij vertelt altijd alles wat hij ziet en al babbelend en gezellig fietsten we verder totdat er opeens een oudere man voorbij fietste en riep; “kijk toch eens uit, muts!”. Echt, ik snap nu nog steeds niet waarom.

Fietste ik te breed, waren we te vrolijk? Wie zal het zeggen maar ik irriteerde de man schijnbaar zo dat hij er toch iets van moest zeggen.

En ja, ik moet het toegeven, even was mijn goede zin verdwenen en bedacht ik wat ik allemaal terug had kunnen roepen.

Zo gebeurde het dus dat ik mijn dochter vandaag weer van school ging halen. Aangekomen bij de brigadiers wilde ik me deze keer dan toch maar aan de regels houden.

Keurig stonden we te wachten, maar wat gebeurt er nu, de brigadier blijft midden op de weg staan.

“Ja hé, kom maar!” schreeuwt hij uiteindelijk tegen ons. Deze keer wil ik toch mijzelf op zijn minst rechtvaardigen door te roepen; “Ja hé, fietsers mogen er toch niet door?”

“Ja ja” zegt hij geïrriteerd “maar jij bent de laatste en dan ben ik klaar, dus schiet eens op zeg!”

En ik, ik zei maar niks meer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s